Aanpak Schijnconstructies

Op 1 juli 2015 zal vermoedelijk de Wet Aanpak Schijnconstructies in werking treden. Deze wet  moet er voor zorgen dat er geen oneerlijke concurrentie plaats vindt doordat buitenlandse werknemers onderbetaald of zelfs uitgebuit worden.  De media heeft de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan schijnconstructies in met name de bouwsector maar ook in de tuinbouw en transportsector.

.

Welke wijzigingen worden doorgevoerd?

De Wet Aanpak Schijnconstructies zal diverse wetten wijzigen,  zoals de WAADI,  Arbeidstijdenwet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. In deze wetten wordt bijvoorbeeld opgenomen de verplichting tot het betalen van vakantiebijslag, het giraal uitbetalen van minimumloon zonder inhoudingen (tenzij deze zijn goedgekeurd in de wet) en het verstrekken van een duidelijke loonstrook.

Mag een werkgever andere arbeidsvoorwaarden hanteren voor buitenlandse werknemers?

Dat is een lastige vraag. Buitenlandse werknemers bevinden zich vaak niet in exact dezelfde positie als Nederlandse werknemers dus enige mate van onderscheid is soms wel verklaarbaar en redelijk maar niet altijd. Een werkgever heeft ondernemingsvrijheid en mag een goede werknemer daarom zeker meer betalen om hem te behouden. Er moet altijd wel opgepast worden dat onderscheid maken niet discrimineren betekent . Ook dienen de harde kern van de arbeidsvoorwaarden, bijvoorbeeld minimum aantal vakantiedagen, minimale rustperioden en eisen aan gezondheid en veiligheid, zoals opgenomen in Detacheringsrichtlijn nagekomen te worden.

Als een werkgever een uitzendkracht inhuurt, wie is dan verantwoordelijk voor het betalen van het minimumloon?

Op grond van artikel 7:690 BW kan een uitzendkracht zowel de opdrachtgever (inlener) als het uitzendbureau aanspreken. Als een opdrachtgever zaken doet met een gecertificeerde uitzendonderneming wordt hij ontheven van hoofdelijke aansprakelijkheid. Dan kan de uitzendkracht zich wenden tot het uitzendbureau.

Ketenaansprakelijkheid voor loon

In de praktijk komt het nog wel eens voor dat er een hoofdopdrachtgever is, deze schakelt een aannemer in, de aannemer schakelt diverse onderaannemers in en deze op hun beurt schakelen ook weer een onderaannemer (werkgever) en deze schakelt een werknemer of een schijnzelfstandige in. De ketenaansprakelijkheid regelt middels artikel 7:616 BW dat een werknemer eerst zijn werkgever kan aanspreken, in artikel 7:616 BW is ook geregeld onder welke omstandigheden een werknemer een hogere opdrachtgever kan aanspreken. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werkgever failliet is verklaard. De werknemer moet de volgorde van de keten volgen en kan zich niet meteen  rechtstreeks tot de hoofdopdrachtgever wenden.  Wel kan een werknemer er verstandig aan doen om de hoofdopdrachtgever zo snel mogelijk te informeren omdat deze een jaar voordat hij aangesproken kan worden geïnformeerd moet zijn.

Op wie is deze wet van toepassing?

Enerzijds voor alle werkgevers, aannemers, onderaannemers en opdrachtgevers en anderzijds voor werknemers.  ZZP’ers vallen niet onder deze wetgeving.  Let wel op! Als geoordeeld wordt dat iemand een schijnzelfstandig is, zou deze alsnog onder deze wetgeving kunnen vallen.

Tip!

  • Let als aannemer goed op of iemand echt zelfstandig is, kijk ook verder dan alleen naar de VAR-verklaring.
  • Zorg als werkgever ervoor dat de loonadministratie zich goed voorbereidt op deze wetgeving.

Bron: ArbeidsRecht. Maandblad voor de praktijk, Ketenaansprakelijkheid; nu en in de (nabije) toekomst, A. van der Kolk en M. Kreulen.