Geen billijke vergoeding voor werknemer die gechanteerd wordt

Onder het nieuwe ontslagrecht (de WWZ) is het zo dat als een werkgever het initiatief neemt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de arbeidsovereenkomst al twee jaar duurde de werknemer in bijna alle gevallen recht heeft op een transitievergoeding. Als een werkgever verwijtbaar heeft gehandeld kan een rechter eventueel naast een transitievergoeding ook een billijke vergoeding toekennen.

Uitspraak van de kantonrechter in Eindhoven over de billijke vergoeding.

Mevrouw A is ongeveer 10 jaar geleden in dienst getreden als secretaresse bij  Advocatenkantoor B. Zij was daar part-time in dienst. Advocatenkantoor B heeft een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen ingediend bij het UWV. Een dag later heeft zij mevrouw A een vaststellingsovereenkomst aangeboden. Mevrouw A heeft een paar dagen later laten weten dat zij de vaststellingsovereenkomst niet aanvaardde.

UWV: buitenechtelijke affaire is geen reden om af te wijken van afspiegelingsbeginsel

Advocatenkantoor B heeft mevrouw A vervolgens laten weten dat zij haar wens om af te wijken van het afspiegelingsbeginsel wil motiveren door e-mail welke mevrouw A op haar zakelijke mailadres heeft ontvangen in het geding te brengen. Uit deze e-mails zou blijken dat mevrouw een buitenechtelijke affaire heeft gehad.  Mevrouw A heeft de vaststellingsovereenkomst niet aanvaard. Advocatenkantoor B heeft de betreffende mails vervolgens in de procedure bij het UWV ingebracht. Het UWV heeft vervolgens geoordeeld dat dit geen aanleiding is om af te mogen wijken van het afspiegelingsbeginsel. Het UWV heeft de ontslagaanvraag afgewezen.

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer

Mevrouw A heeft de kantonrechter gevraagd om de arbeidsovereenkomst te ontbinden onder toekenning van een billijke vergoeding. De rechter is van oordeel dat een werknemersverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in principe moet worden toegekend, gezien het grondrecht van vrije arbeidskeuze. De rechter is ook van oordeel dat in dit geval een vruchtbare samenwerking in de toekomst niet meer mogelijk is en voorzetting van de arbeidsovereenkomst dus ook niet mogelijk is.  De arbeidsovereenkomst wordt dus ontbonden.

De kantonrechter kent geen billijke vergoeding toe

Met betrekking tot het verzoek om een billijke vergoeding, oordeelt de rechter als volgt. Hiervoor is alleen ruimte als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De wetgever heeft aangegeven dat hiervan alleen in uitzonderlijke gevallen sprake is. Bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk zijn verplichtingen niet nakomt of als een valse grond voor ontslag wordt aangevoerd.  Aangezien zich geen uitzonderlijke situatie voor heeft gedaan en zich nooit eerder een situatie had voorgedaan waarin Advocatenkantoor B zich niet als goed werkgever heeft opgesteld, zag de kantonrechter geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen.

Conclusie:

Voor mevrouw A zal deze uitspraak ongetwijfeld teleurstellend zijn geweest. Zij heeft immers geen transitievergoeding gehad – zij nam namelijk zelf het initiatief tot beëindiging- en geen billijke vergoeding.  Misschien dat Mevrouw A wel hoger beroep aantekent tegen deze aanspraak. In eerste instantie lijkt het er echter op dat werknemers slechts in zeer uitzonderlijke situaties aanspraak kunnen maken op de billijke vergoeding.

Bron: Rechtspraak