Heeft de directeur van een stichting recht op WW?

Bij de beoordeling van de vraag of iemand recht heeft op een WW-uitkering kijkt het UWV naar een aantal criteria. Zo moet iemand in de afgelopen 36 weken voor het intreden van de werkloosheid minstens 26 weken als werknemer hebben gewerkt, dit wordt ook wel de referte-eis genoemd.  In april 2015 kreeg de Centrale Raad van Beroep een zaak voorgelegd waarin de vraag was of de directeur nu ook werknemer was. Als een directeur geen werknemer is,  heeft deze namelijk geen recht op een WW-uitkering.

Procedureverloop

De aanvraag om een WW-uitkering door de directeur is afgewezen. De directeur heeft vervolgens bezwaar aangetekend. Dat bezwaar is ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de directeur beroep aangetekend.

De rechtbank oordeelt dat de directeur een werknemer is

De rechtbank heeft geconstateerd dat er vanaf 10 oktober 2011 naast de directeur twee andere bestuursleden zijn aangetreden. Vanaf die datum was de directeur op grond van de statuten van de stichting niet langer bevoegd om zelfstandig besluiten te nemen. De directeur had altijd goedkeuring nodig van de andere bestuursleden. Omdat er in het totaal drie bestuursleden waren en ieder één stem had in het bestuur, konden de andere bestuursleden de directeur ook altijd overstemmen. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat er sprake is van een gezagsverhouding. Zij merkt de directeur daarom aan als werknemer een oordeelt dat de directeur voldaan heeft aan de referte-eis.

Het UWV gaat in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep

Het UWV kan zich niet vinden in het vonnis van de rechtbank en tekent daarom hoger beroep aan bij de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep loopt eerst heel puntsgewijs alle vereisten na om vast te stellen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst.

  1. Is er een verplichting om de arbeid persoonlijk te verrichten?
  2. Is er een verplichting tot het betalen van loon?
  3. Is er sprake van een gezagsverhouding?

Over de antwoorden op de eerste twee vragen is iedereen het eens. Dat antwoord is ja. Over het antwoord op de laatste vraag is discussie gerezen. Bij die discussie moet volgens de Centrale Raad van Beroep ook gekeken worden naar de omstandigheden van het geval, de totale situatie en de bedoeling die partijen hadden.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de directeur een werknemer is

De Centrale Raad van Beroep maakt een verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad waarin bepaald is dat het niet uit maakt welke personen deel uitmaken van het orgaan dat instructies kan geven aan een natuurlijke persoon. In dit geval betekent dat, dat het niet uitmaakt dat de directeur zelf ook deel uitmaakt van het bestuur. Omdat de directeur in een gezagsverhouding staat tot het bestuur, kunnen alle vragen met ‘ja’ beantwoord worden en is de directeur aan te merken aan als een werknemer.

Bron: ECLI:NL:CRVB:2015:1098