Verplichtingen voor werknemer bij WW-uitkering

Een werknemer die werkloos raakt, kan mogelijk in aanmerking komen voor een WW-uitkering. Van belang is onder meer dat de werknemer voor  minimaal 5 uur per week werkloos raakt, de werknemer moet direct beschikbaar zijn voor arbeid, de werknemer moet niet verwijtbaar werkloos geworden zijn en de werknemer moet in de afgelopen 36 weken minimaal 26 weken hebben gewerkt. Op de website van het UWV www.uwv.nl  staan de precieze eisen beschreven.

Artikel 24 WW

In artikel 24 van de Werkloosheid Wet  (WW) is vastgelegd dat een werknemer verplicht is om te voorkomen dat hij/zij verwijtbaar werkloos wordt. Ook is in de WW de verplichting opgenomen om te voorkomen werkloos te zijn of blijven. Die verplichting opgenomen in artikel 24, lid 1, sub b  WW, gaat over het nalaten om voldoende te trachten passende arbeid te verkrijgen (b1), passende arbeid te aanvaarden (b2),  het niet behouden van passende arbeid (b3) of het stellen van eisen die passende arbeid belemmeren (b4).

UWV

Het UWV moet beoordelen of een werknemer in aanmerking komt voor een WW-uitkering. In veel gevallen zal het UWV niet over alle relevante informatie beschikken. Als blijkt dat de werkgever het initiatief genomen heeft om de arbeidsovereenkomst te beëindigen zal  het UWV daarom vaak besluiten dat er geen reden in de weg staat aan het toekennen van een WW-uitkering.

Weigering passende arbeid te aanvaarden (b2)

In 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep zich uitgelaten over een situatie waarin een werknemer niet goed functioneerde en tot aan het einde van zijn dienstverband voor bepaalde tijd ander passende arbeid aangeboden kreeg. De werknemer heeft de arbeid geweigerd omdat deze bang was dat de passende arbeid schadelijk zou zijn voor zijn carrière. Het UWV oordeelde dat het weigeren van passende arbeid leidt tot de overtreding van de (b2) grond. Deze overtreding gaat voor op de maatregelen verbonden aan een benadelingshandeling  daarom werd de WW-uitkering blijvend geheel geweigerd.

Het niet behouden van passende arbeid (b3)

Als de werknemer een functie aangeboden had gekregen om tijdelijk op een andere vestiging te werken en het weigeren van die functie had er toe geleid dat hij werkloos raakte zou hij  naar alle waarschijnlijkheid niet blijvend geheel gekort worden op zijn WW-uitkering maar zou er slechts een tijdelijke weigering van de WW-uitkering hebben plaatsgevonden.

Belang van deze uitspraak

Omdat bij een b2-sanctie de WW-uitkering blijvend geheel geweigerd kan worden, is het voor een werknemer van groot belang om te voorkomen dat deze situatie ontstaat. Mochten de arbeidsverhouding verstoort raken en de werkgever ander werk of werk op een andere locatie aanbieden, zal de werknemer zich dan ook terdege bewust moeten zijn van de mogelijke consequenties.

Bron: Vaktijdschrift ArbeidsRecht 2015/3, Artikel 24 Werkloosheidwet: het juridische doolhof , I. Lintsen